Activiteiten Zo Hoort Het

Zo Hoort Het heeft 3 regionale en 2 landelijke bijeenkomsten georganiseerd voor dove en slechthorende kinderen en jongeren en hun ouders.

De regionale en landelijke bijeenkomsten van Zo Hoort Het werden goed bezocht. Kinderen waren enthousiast, jongeren vroegen na afloop op MSN regelmatig wanneer er weer een bijeenkomst zou zijn, ouders bleken vooral veel behoefte te hebben aan het uitwisselen van ervaringen.

Voor dove kinderen tot een jaar of vijf (en hun ouders) zijn er op dit moment gezinsdagen, voor dove kinderen met een CI die naar het reguliere onderwijs gaan, worden er (door Viataal) CI-dagen georganiseerd. De FODOK en de FOSS organiseren jaarlijks bijeenkomsten voor de ouders van respectievelijk dove en slechthorende kinderen en soms is er bij die jaarlijkse bijeenkomsten ook een kinderprogramma. De Jongerencommissie organiseert zeer regelmatig activiteiten voor dove en zwaar slechthorende jongeren. De SHJO organiseert zo af en toe activiteiten voor slechthorende jongeren. OPCI organiseert sinds kort bijeenkomsten voor (ouders van ) CI-gebruikers.

Zo Hoort Het heeft werelden bij elkaar willen brengen Aan de ene kant ouders, kinderen, jongeren en betrokken professionals; aan de andere kant dove kinderen en jongeren (met en zonder CI), slechthorende kinderen en jongeren en betrokken horenden. De Stichting Zo Hoort Het gaat door waar het onderzoeksproject stopt.

Kinderkookkafé


Maart 2006. Aan het Kattenlaantje ligt het Amsterdamse Kinderkookkafé. Daar gaan negen dove en slechthorende kinderen en het horende zusje van één van hen op zondag 19 maart 2006 een tea bereiden voor zichzelf en hun ouders. Ze worden begeleid door twee gastvrouwen van het Kinderkookkafé en medeonderzoekers Wouter, Wieneke en Karoline. Hoewel de medeonderzoekers niet gewend zijn om te tolken lukt het ze om de instructies over het koken om te zetten in gebarentaal.

In het uur dat de kinderen hun tea bereiden, ga ik met de ouders naar het Melkhuisje. We maken kennis en wisselen ervaringen uit. Daarna inventariseer ik kort wat de wensen zijn ten aanzien van bijeenkomsten en activiteiten.

Na de bespreking gaan we terug naar het Kattenlaantje. Daar treffen we tien vrolijke kinderen en medeonderzoekers en een aantal prachtig gedekte tafels met lekkere hapjes. De kinderen hebben pannenkoeken gebakken, zandkoekjes, bonbons en puzzelhapjes gemaakt.

De vader van Serra mailt: Serra vond het heel erg leuk. Wilde ook graag nog een keer naar een bijeenkomst toe. Was zeer onder de indruk van de gebaren en ging de middag en avond in haar eigen gebarentaal (liefst zo snel mogelijk) ook even laten zien dat zij het ook wel kan. Onderling contact heeft ze niet of nauwelijks gehad. Ze heeft ook geen idee hoe de andere kinderen heten, wie ze zijn en of ze wel/niet een CI hebben. Misschien is een naamspelletje een leuke start een andere/volgende keer.

Word ook een kunstenaar


November 2006. De workshop voor kinderen wordt begeleid door medeonderzoekers Tinne, Sara en Annieck en bezocht door zeven kinderen, vijf met een CI en twee horende broertjes en zusjes. Annieck: Een beetje onverwacht kwam ik terecht bij de kinderworkshop, en was ik meteen ook het enige crew-lid op die workshop die (redelijk) de NGT beheerst. Dit betekende dat met name één van de kinderen volledig op mij aangewezen was. En ook dat ik, ondanks dat ik zelf doof ben, deze dag een beetje als tolk opgetreden heb! Er werden verschillende werkjes gemaakt. Er was één hoofdwerkje, waar later opnieuw op teruggekomen werd. Deze werkjes zijn aan het eind van de dag allemaal gescand, zodat ze op onze website gebruikt konden worden. Bij een deel van de werkjes hebben de kinderen geprobeerd weer te geven hoe ze zichzelf zien en wat ze van de CI vinden. Er zijn hele mooie dingen uitgekomen! Wat voor mij érg leuk en interessant was, was de communicatie. Wat mij opviel is dat de kinderen met een CI eigenlijk in drie groepen te verdelen zijn, namelijk: kinderen die vrijwel alleen gebarentaal gebruiken, kinderen die vrijwel alleen gesproken taal gebruiken en een groep kinderen die het allebei ongeveer evenveel gebruikt. En het grappige was dat dit andere kinderen ook opviel. Eén van de meisjes was helemaal verbaasd dat een ander meisje óók gebaren gebruikte. Zij en haar vriendinnetje wilden eigenlijk wel graag contact maken met dat andere meisje, maar ze waren toch wel wat verlegen. Op een gegeven moment heb ik de drie meisjes bij elkaar geplaatst en kwam er een heel gebarengesprek op gang over school en CI. Dat was voor zowel deze kinderen als voor mij érg leuk! Halverwege hebben we samen met de kinderen op een rijtje gezet wat ze vonden van het CI. De aanwezige kinderen die een CI hadden, waren allemaal meisjes. De kinderen vonden het moeilijk om écht te vertellen wat ze vonden. Toch kregen we twee duidelijke reacties, namelijk:Ik ben niet zo blij dat ik een CI nodig heb, omdat dit betekent dat ik eigenlijk doof ben. Ik zou het liefst horend zijn. Maar ik ben wel blij dat ik met de CI nu wel weer wat kan horen! (één kind, in gebarentaal).Ik ben heel blij met de CI, want nu kan ik weer horen (vier kinderen, twee in gebarentaal, twee in gesproken Nederlands).De broertjes en zusjes gaven aan dat zij het wel heel fijn vonden dat hun zusje een CI heeft, dit vergemakkelijkte bij iedereen de communicatie. Zo zei een jongetje dat hij zijn zusje nu tenminste gewoon met zijn stem kon roepen. Uiteraard moesten we ook nog eventjes lekker naar buiten, en dus werd er op het schoolplein ‘kat en muis’ gespeeld. Tijdens dit spel, een echt samenwerkingsspel waar alle kinderen aan meededen, voor mij heel duidelijk naar voren hoe broertjes en zusjes zich leren aanpassen. Want de horende kinderen gingen zichzelf ondersteunen op het moment dat er een kind in de buurt was dat de gebarentaal nodig had. Zélfs als ze de gebarentaal met hun eigen zusje niet eens gebruikten! Voor mij was het een leuke en leerzame dag. Het is omgevlogen, ook voor de kinderen. Een aantal kinderen was helemaal teleurgesteld dat het alweer voorbij was!

Filmworkshop

 


November 2006. Flora: Vandaag werk ik als begeleider mee bij de filmworkshop, met nog twee andere onderzoekers van Zo Hoort Het. Leendert Pot is hier om uitleg te demonstreren. Eerst bekijken we een filmpje dat hij met de dove dichter, Wim Emmerik, heeft gemaakt. Dit filmpje is genomineerd voor een prijs in het buitenland. In de film zijn verschillende achtergronden en diagrammen gemaakt. Het filmpje is bedoeld als voorbeeld.

De deelnemers moeten namelijk in kleine groepjes hun eigen filmpje gaan opnemen. Eerst alleen het gezicht, daarna ook het hele lichaam. Als het klaar is wordt het vertoond en krijgen we er feedback op. Hierna moeten we een klein verhaaltje bedenken om daarna te gaan filmen. Alle kinderen zijn tussen de 10 en 15 jaar. Ze zijn erg geïnteresseerd in film en vinden het leuk om te filmen. Twee jonge meisjes willen later filmster worden. Als de filmpjes klaar zijn worden ze vertoond. Het is erg grappig om te zien hoe iedereen te werk is gegaan.


Pizza bakken


Juni 2006. Er zijn elf kinderen, zes kinderen met een CI, twee slechthorende kinderen en drie horende broertjes en zusjes. Als de kinderen aan een grote houten tafel zitten, gaan de meeste ouders met Jet mee naar een terras 500 meter verder. Medeonderzoekers Wouter en Ed begeleiden de kinderen bij het pizza bakken.

Wouter en Ed: Een beetje onwennig stel ik mezelf voor aan de voor mij nog vreemde mensen. De meeste kinderen reageren verlegen op mijn vraag aan hun wat hun naam is. Aan de ouders, of soms aan de kinderen zelf, vraag ik tussendoor even of ze kunnen gebaren. Bijna allemaal zeggen ze, dat ze een ‘beetje’ kunnen gebaren. Voor mij is dat een reden om die middag zelf ook te gebaren. Een horend broertje vraagt plots aan zijn vader, waar ik bij sta: “Wat heeft die meneer aan zijn oor?” Ik draai mijn hoofd om en laat mijn CI wat duidelijker zien. De vader en ik zeggen dat het een CI is, maar als ik het verder wil uitleggen, kijkt Stefan weg en is zijn aandacht ergens anders. Nu weet ik dus niet of hij begrepen heeft dat er dus ook volwassenen bestaan met gehoorapparaten en zelfs met CI.

Twee koks gaan ons helpen pizza’s te maken. Ik vraag of ze ervaring hebben met gehoorbeperkte kinderen. Dat hebben ze niet, dus we geven snel even een paar tips, zoals veel geduld hebben en duidelijk articuleren, maar dat niet overdrijven, zoals één van de twee meteen doet. Als de koks willen beginnen, werp ik me op als tolk. Ik heb helemaal geen ervaring met tolken in NmG of NGT, laat staan voor kinderen. Gebaren kan ik wel, maar luisteren, verstaan en gebaren tegelijk blijkt toch een beetje te hoog gegrepen voor mij.

Wouter neemt het groepje van de kleinsten en ik neem het groepje van de grote kinderen.  Eerst kregen we een pet en daarna een schort. De kok vraagt aan mij of ik haar uitleg kan vertalen naar gebarentaal, ik leg uit dat ik dit niet kan, en dat dit eigenlijk ook niet nodig is want de kinderen zijn zeer visueel ingesteld en kijken dus goed hoe alles moet. Tussen alles door heb ik een paar gesprekken gehad met ouders. De vader van Lies vraagt hoe ik het red met mijn hoorapparaten, en hoeveel dB verlies ik had. Naar mijn idee had hij het beeld dat hoorapparaten bij grote verliezen van 100 dB niet goed meer zijn. Want ik zei dat ik nog niet aan een CI begon omdat ik nog te goed met mijn hoorapparaten overweg kan. Daarop zei hij dat Wouter zei dat hij beter hoort met zijn CI als hoorapparaat. Heeft hij een goed beeld van CI’s / hoorapparaat, dat een CI ook niet alles is?

FODOK en ZHH


Op 10 maart 2007 organiseerden Zo Hoort Het en FODOK samen een landelijke dag voor de leden van de FODOK, ouders, kinderen en jongeren van Zo Hoort Het en andere belangstellenden.

Nirosha: Het organiseren en de voorbereiding op papier zag er goed uit, we hadden een uitgebreid draaiboek gemaakt. Helaas liep 't in de praktijk soms wat minder. We hadden meer kinderen dan gedacht en andere kinderen dan oorspronkelijk op onze lijsten stonden. En we hadden ook helaas iets te weinig mankracht, om de jonge kinderen op te vangen. Maar gelukkig hielpen de studenttolken ook. We hebben ook veel hulp gekregen van vier dove en slechthorende jongeren die geen medeonderzoeker zijn van Zo Hoort Het maar die ons wel met de workshops hebben geholpen. Wat heel goed ging, was 't schminken, de kinderen waren hier heel enthousiast over en wilden allemaal wel geschminkt worden. De film Pietje Bell, met gebarentolk, boeide ook een paar kleuters, die zaten aan de buis gekluisterd. De rest van de kleuters wilde graag knutselen. Ook buiten spelen was erg in trek. Sommige van de kleintjes hadden nogal heimwee naar hun ouders, voor hen was het soms te veel om twee keer 50 minuten aandacht te hebben voor een voorstelling. Wel hebben de kleintjes met heel veel plezier zitten knutselen en timmeren. De wat oudere kinderen vonden de workshops heel leuk en ze gaven ook twee keer een voorstelling voor de ouders.Flora: Het was een drukte van jewelste. Er kwamen bijna 300 gasten en ook allerlei mensen van verschillende organisaties in de dovenwereld. Die kinderen vonden het prachtig om zelf actief mee te doen aan de workshop clownerie. Aan het eind van de workshop hebben de kinderen een toneelstuk gemaakt van alle oefeningen die ze hadden geleerd, tijdens de lunch gaven ze een voorstelling in de gymzaal.De workshop djembé zorgde ook voor veel enthousiasme bij de deelnemers. In het begin zaten de kinderen druk op de trommels te slaan. Later legde de workshopleider uit hoe je een ritme kunt spelen op een trommel en werden er verschillende liedjes geleerd. Djembé is een actieve bezigheid, dus de jonge kinderen die pijn in hun handen kregen van het spelen konden knutselen. Veel kinderen wisselden telefoonnummers en e-mailadressen uit. Leuk voor het verdere contact!
S P R A A K S A A M
ESM-power: Niets over ons zonder ons!