Pizza bakken

Juni 2006. Er zijn elf kinderen, zes kinderen met een CI, twee slechthorende kinderen en drie horende broertjes en zusjes. Als de kinderen aan een grote houten tafel zitten, gaan de meeste ouders met Jet mee naar een terras 500 meter verder. Medeonderzoekers Wouter en Ed begeleiden de kinderen bij het pizza bakken. Wouter en Ed: Een beetje onwennig stel ik mezelf voor aan de voor mij nog vreemde mensen. De meeste kinderen reageren verlegen op mijn vraag aan hun wat hun naam is. Aan de ouders, of soms aan de kinderen zelf, vraag ik tussendoor even of ze kunnen gebaren. Bijna allemaal zeggen ze, dat ze een ‘beetje’ kunnen gebaren. Voor mij is dat een reden om die middag zelf ook te gebaren. Een horend broertje vraagt plots aan zijn vader, waar ik bij sta: “Wat heeft die meneer aan zijn oor?” Ik draai mijn hoofd om en laat mijn CI wat duidelijker zien. De vader en ik zeggen dat het een CI is, maar als ik het verder wil uitleggen, kijkt Stefan weg en is zijn aandacht ergens anders. Nu weet ik dus niet of hij begrepen heeft dat er dus ook volwassenen bestaan met gehoorapparaten en zelfs met CI.
Twee koks gaan ons helpen pizza’s te maken. Ik vraag of ze ervaring hebben met gehoorbeperkte kinderen. Dat hebben ze niet, dus we geven snel even een paar tips, zoals veel geduld hebben en duidelijk articuleren, maar dat niet overdrijven, zoals één van de twee meteen doet. Als de koks willen beginnen, werp ik me op als tolk. Ik heb helemaal geen ervaring met tolken in NmG of NGT, laat staan voor kinderen. Gebaren kan ik wel, maar luisteren, verstaan en gebaren tegelijk blijkt toch een beetje te hoog gegrepen voor mij.
Wouter neemt het groepje van de kleinsten en ik neem het groepje van de grote kinderen. Eerst kregen we een pet en daarna een schort. De kok vraagt aan mij of ik haar uitleg kan vertalen naar gebarentaal, ik leg uit dat ik dit niet kan, en dat dit eigenlijk ook niet nodig is want de kinderen zijn zeer visueel ingesteld en kijken dus goed hoe alles moet. Tussen alles door heb ik een paar gesprekken gehad met ouders. De vader van Lies vraagt hoe ik het red met mijn hoorapparaten, en hoeveel dB verlies ik had. Naar mijn idee had hij het beeld dat hoorapparaten bij grote verliezen van 100 dB niet goed meer zijn. Want ik zei dat ik nog niet aan een CI begon omdat ik nog te goed met mijn hoorapparaten overweg kan. Daarop zei hij dat Wouter zei dat hij beter hoort met zijn CI als hoorapparaat. Heeft hij een goed beeld van CI’s / hoorapparaat, dat een CI ook niet alles is?
FODOK en ZHH
Op 10 maart 2007 organiseerden Zo Hoort Het en FODOK samen een landelijke dag voor de leden van de FODOK, ouders, kinderen en jongeren van Zo Hoort Het en andere belangstellenden.
Nirosha: Het organiseren en de voorbereiding op papier zag er goed uit, we hadden een uitgebreid draaiboek gemaakt. Helaas liep 't in de praktijk soms wat minder. We hadden meer kinderen dan gedacht en andere kinderen dan oorspronkelijk op onze lijsten stonden. En we hadden ook helaas iets te weinig mankracht, om de jonge kinderen op te vangen. Maar gelukkig hielpen de studenttolken ook. We hebben ook veel hulp gekregen van vier dove en slechthorende jongeren die geen medeonderzoeker zijn van Zo Hoort Het maar die ons wel met de workshops hebben geholpen. Wat heel goed ging, was 't schminken, de kinderen waren hier heel enthousiast over en wilden allemaal wel geschminkt worden. De film Pietje Bell, met gebarentolk, boeide ook een paar kleuters, die zaten aan de buis gekluisterd. De rest van de kleuters wilde graag knutselen. Ook buiten spelen was erg in trek. Sommige van de kleintjes hadden nogal heimwee naar hun ouders, voor hen was het soms te veel om twee keer 50 minuten aandacht te hebben voor een voorstelling. Wel hebben de kleintjes met heel veel plezier zitten knutselen en timmeren. De wat oudere kinderen vonden de workshops heel leuk en ze gaven ook twee keer een voorstelling voor de ouders.Flora: Het was een drukte van jewelste. Er kwamen bijna 300 gasten en ook allerlei mensen van verschillende organisaties in de dovenwereld. Die kinderen vonden het prachtig om zelf actief mee te doen aan de workshop clownerie. Aan het eind van de workshop hebben de kinderen een toneelstuk gemaakt van alle oefeningen die ze hadden geleerd, tijdens de lunch gaven ze een voorstelling in de gymzaal.De workshop djembé zorgde ook voor veel enthousiasme bij de deelnemers. In het begin zaten de kinderen druk op de trommels te slaan. Later legde de workshopleider uit hoe je een ritme kunt spelen op een trommel en werden er verschillende liedjes geleerd. Djembé is een actieve bezigheid, dus de jonge kinderen die pijn in hun handen kregen van het spelen konden knutselen. Veel kinderen wisselden telefoonnummers en e-mailadressen uit. Leuk voor het verdere contact!